Toespraak Dodenherdenking van burgemeester Mark Röell
"Verhalen uit de Tweede Wereldoorlog houden ons een spiegel voor." Vanavond hield burgemeester Mark Röell de jaarlijkse toespraak tijdens Dodenherdenking op het Stationsplein in Baarn.
Dames en heren, jongens en meisjes,
Welkom op het Stationsplein in Baarn. Fijn dat u ook dit jaar weer hier bent.
Vanavond zijn we bij elkaar om te herdenken bij het Bevrijdingsmonument en het Joods monument en bij het gedenkteken de Melati voor de slachtoffers van de oorlog in voormalig Nederlands-Indië.
Om stil te staan bij de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en alle anderen die sindsdien zijn omgekomen in oorlogssituaties en bij vredesmissies.
Vaak denken we te gemakkelijk te weten hoe iets zit. We nemen klakkeloos aan wat de waarheid is, en denken van daaruit te weten hoe te handelen. Ruzies en oorlogen ontstaan vaak doordat we elkaar niet begrijpen. Of beter gezegd, doordat we niet de tijd en moeite nemen om elkaar te begrijpen.
Met elkaar samenleven kan kwetsbaar kan zijn. We leven allemaal samen met mensen die we misschien niet goed kennen. Die anders zijn in onze ogen. Die onbekendheid kan snel omslaan in onverschilligheid.
Verstoting en uitsluiting liggen dan op de loer. Dat kan levens verwoesten, zoals de geschiedenis, en ook de tegenwoordige tijd, ons keer op keer leert.
Een aantal jaren geleden ontving het comité Joods Monument Baarn een klassenfoto uit 1941. 18 Joodse kinderen staan op de foto. Zij mochten niet meer naar de reguliere school in Baarn, maar moesten apart onderwijs volgen. Als hele groep werden zij buitengesloten. Geleidelijk aan werden ze verwijderd van de samenleving. Soms met de dood tot gevolg.
Van 17 van de kinderen heeft het comité inmiddels hun namen en verhalen kunnen achterhalen. 1 van hen is de toen de 4-jarige Max Abram. Hier op de Torenlaan in Baarn zat hij ondergedoken met zijn ouders, toen de eerste razzia's in Amsterdam plaatsvonden. Zijn ouders werden weggevoerd naar een concentratiekamp, wat zijn moeder niet overleefde. Haar naam staat hier op het Joods monument. Na de oorlog zocht Max zijn vader, maar die bleek een nieuw gezin te hebben gesticht. Max was niet welkom. Hij groeide vervolgens op in een kindertehuis.
Zijn verhaal, en dat van de andere kinderen, is vastgelegd in de documentaire ‘De laatste klassenfoto’, die vanavond te zien is op NPO 1. Het is bijzonder dat op deze manier de gezichten van deze kinderen weer een naam krijgen en dat hun verhalen blijven leven.
De verhalen zijn niet alleen geschiedenis. Ze zijn ook een spiegel. Want 80 jaar later zouden we mogen hopen dat de patronen van uitsluiting en haat tot het verleden behoren. Maar antisemitisme is in Nederland niet verdwenen. Het leeft op.
We zien het bijvoorbeeld recent bij demonstraties, waar leuzen klinken die we dachten nooit meer te hoeven horen. Waar verhitte retoriek over 'de ander' snel omslaat in geweld en haat.
Het roept herinneringen op aan wat we zagen in die klassenfoto uit 1941: eerst de onbekendheid, dan de onverschilligheid, dan de uitsluiting. En als we niet oppassen: erger.
Herdenken betekent daarom ook: de moed hebben om dit te benoemen. Niet zozeer als politieke stellingname, maar als morele plicht die voortkomt uit alles wat we vanavond herdenken. De kinderen op de foto verdienen dat wij waakzaam blijven.
2 weken geleden op zijn sterfdag, 10 april, eerden we het verzetswerk van Gerrit Coelingh. Om onduidelijke redenen stond zijn naam niet op de namenplaquette van het bevrijdingsmonument. En dat terwijl hij in onze gemeente, Joodse onderduikers aan een veilige plek hielp en levensgevaarlijke voedseltochten naar het noorden maakte. 81 jaar na dato is zijn naam, en daarmee zijn verhaal, alsnog hier vereeuwigd.
Eergisteren werd aan het van Starkenborghkanaal in Groningen een gedenkteken onthuld op de plek waar de verzetsstrijders Luit Kremer en Esmée van Eeghen in 1944 zijn gefusilleerd.
Er gingen lange tijd mythes en roddels over Esmée rond. Omdat zij een relatie had met een Duitse officier, werd zij ervan verdacht het verzet te hebben verraden. Na de oorlog werd zij onterecht neergezet als zondebok voor alles wat er misging bij het Friese verzet. En dat terwijl ze haar leven waagde door Joodse kinderen aan een onderduikadres te helpen. Pas in 2024 is zij officieel in ere hersteld en opgenomen in de lijst van gevallen Friese verzetsstrijders. Ook Luit Kremer zette zich in voor het verzet, onder meer door illegale verzetskranten rond te brengen.
Esmée van Eeghen heeft in Baarn gewoond en ligt begraven hier op de begraafplaats. Ook haar naam, samen met die van haar broer David, staat op het bevrijdingsmonument.
De heer Hessel de Walle, schrijver en onderzoeker, zal later meer vertellen Over Luit Kremer en Esmée van Eeghen.
Gerrit Coelingh, Esmée van Eeghen en Luit Kremer waren jonge mensen van in de 20, die hun leven waagden om in verzet te komen tegen onrecht en onderdrukking. Hun namen en verhalen zijn terecht in ere hersteld. Het is zo belangrijk om onderzoek te blijven doen. Om de waarheid te kennen. En om recht te doen aan die waarheid.
We zijn als mensen niet gelijk. We zijn wel gelijkwaardig. Verschillen mogen er zijn - sterker nog, ze kleuren onze samenleving en geven inspiratie. Laten we elkaar blijven zien. Laten we blijven luisteren naar elkaars verhaal. En naar de verhalen uit het verleden en daarvan leren.
Dat begint vanavond, hier, op dit plein. Bij ons.
